Inleiding bij de financiële bespreking

Terug naar navigatie - - Inleiding bij de financiële bespreking

De cijfers worden besproken aan de hand van schema J2, de staat van het financieel evenwicht, en schema T2, de ontvangsten en uitgaven naar economische aard.

We maken twee soorten analyses: een vergelijking van de cijfers uit de jaarrekening (JR) met de budgetten uit het meerjarenplan (MJP) en een vergelijking van de cijfers uit de jaarrekening van dit jaar met die van vorig jaar.

Bespreking van de exploitatie, de investeringen en de financiering

Terug naar navigatie - - Bespreking van de exploitatie, de investeringen en de financiering

Exploitatie

Terug naar navigatie - - Exploitatie

Deze rubriek bevat de dagelijkse uitgaven en ontvangsten. Deze budgetten volgen we op aan de hand van een matrix die de gegevens opdeelt naar soort:

Uitgaven

 

Ontvangsten

60/61

goederen en diensten

 

70

verkopen en prestaties

62

lonen

 

73

fiscale ontvangsten

64

andere uitgaven

 

74

subsidies en recuperaties

649

toegestane subsidies

 

75

financiële ontvangsten

65

financiële uitgaven

 

 

 

Deze onderverdeling hanteren we ook bij de bespreking van de meerjarenplanning en het opvolgrapport. Het is een indeling die we ook terugvinden in het vennootschapsboekhouden en in het toelichtende schema T2 van de BBC.

Exploitatieontvangsten

Terug naar navigatie - Exploitatie - Exploitatieontvangsten

Deze rubriek bevat de dagelijkse uitgaven en ontvangsten. Deze budgetten volgen we op aan de hand van een matrix die de gegevens opdeelt naar soort:

Uitgaven

 

Ontvangsten

60/61

goederen en diensten

 

70

verkopen en prestaties

62

lonen

 

73

fiscale ontvangsten

64

andere uitgaven

 

74

subsidies en recuperaties

649

toegestane subsidies

 

75

financiële ontvangsten

65

financiële uitgaven

 

 

 

Deze onderverdeling hanteren we ook bij de bespreking van de meerjarenplanning en het opvolgrapport. Het is een indeling die we ook terugvinden in het vennootschapsboekhouden en in het toelichtende schema T2 van de BBC.

Ontvangsten

II. Exploitatieontvangsten

Rek 2025

Mjp 2025

%

A. Operationele ontvangsten

76.116.038

76.197.077

99,9%

  1. Ontvangsten uit de werking

9.330.563

9.802.407

95,2%

  2. Fiscale ontvangsten en boetes

27.917.479

27.078.601

103,1%

  3. Werkingssubsidies

36.425.397

37.145.733

98,1%

  4. Recuperatie individuele hulpverlening

731.598

411.450

177,8%

  5. Andere operationele ontvangsten

1.711.001

1.758.886

97,3%

B. Financiële ontvangsten

1.235.523

1.222.899

101,0%

TOTAAL ONTVANGSTEN

77.351.560

77.419.976

99,9%

We registreerden, in globo, exact evenveel exploitatieontvangsten dan budgettair vooropgesteld: 99,9%.

De ‘ontvangsten uit de werking’ liggen lager dan onze ramingen (95,2%). Ten opzichte van de realisatie van 2024 noteren we een toename met 0,6%.

De realisatie van de ‘fiscale ontvangsten en boetes’ ligt met een realisatiegraad van 103,1% hoger dan begroot.

De twee grote belastingen die deze rubriek bepalen zijn (zie ook schema T2):

  1. De opcentiemen op de onroerende voorheffing:
  2. De realisatie ligt quasi op het vooropgestelde budget: een realisatie van 12,36 miljoen euro ten opzichte van een budget van 12,35 miljoen euro.
  3. De aanvullende personenbelasting:
  4. De inkomsten uit deze belasting kennen een grilliger verloop. We ontvingen in 2025 een bedrag van 11,77 miljoen euro, wat opvallend meer is dan het budget van 11,24 miljoen euro. We gaan er van uit dat hier wellicht sprake zal zijn van een verschuiving in de tijd.

We ontvingen iets minder werkingssubsidies dan voorzien (realisatiegraad van 98,1%). De belangrijkste werkingssubsidies die we ontvangen zijn:

  • De bijdrage van de overheid voor de bezoldiging van het onderwijzend personeel (15,2 miljoen euro),
  • Gemeentefonds (7 miljoen euro),
  • Dotatie responsabiliseringsbijdrage (1,5 miljoen euro),  
  • Werkingstoelagen onderwijs (1,6 miljoen euro).

De recuperatie van de individuele dienstverlening betreft de terugvorderingen bij de cliënten van de sociale dienst van het OCMW. Het gaat over terugvorderbare steun of terugvorderingen naar aanleiding van fraude of correcties. Deze budgetpost is moeilijk te ramen en is afhankelijk van de beslissingen van het Bijzonder Comité Sociale Dienst. We zien een realisatiegraad van 177,8%.

De andere operationele opbrengsten realiseren zich onder budget (97,3%). Voor boekjaar 2025 bestaat deze categorie in belangrijke mate uit het bedrag van 1,1 miljoen euro dat we ontvingen in het kader van de dading m.b.t. de dakwerken aan Fort 4. Ook deze budgetpost is te moeilijk te ramen en is onder andere afhankelijk van ongevallen en uitkeringen van de verzekering.

Onder de financiële ontvangsten vinden we de dividenden van onze deelnemingen. Deze ontvangsten liggen in lijn met de ramingen.

Onderstaande grafiek geeft de verschillen in absolute cijfers weer tussen de realisatie en het budget voor boekjaar 2025.

Exploitatieuitgaven

Terug naar navigatie - Exploitatie - Exploitatieuitgaven

I. Exploitatie-uitgaven

Rek 2025

Mjp 2025

%

A. Operationele uitgaven

76.116.038

76.197.077

99,9%

 1. Goederen en diensten

9.330.563

9.802.407

95,2%

 2. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen

27.917.479

27.078.601

103,1%

 3. Individuele hulpverlening door het OCMW

36.425.397

37.145.733

98,1%

 4. Toegestane werkingssubsidies

731.598

411.450

177,8%

 5. Andere operationele uitgaven

1.711.001

1.758.886

97,3%

B. Financiële uitgaven

1.235.523

1.222.899

101,0%

TOTAAL UITGAVEN

77.351.560

77.419.976

99,9%

Voor wat betreft de exploitatieuitgaven realiseren we 98,8 % van de geraamde bedragen.

De grafiek laat zien dat een verschil te vinden is bij de aankoop van goederen en diensten. Er werd 320.768 euro minder uitgegeven dan we begroot hadden.

De uitgaven voor energie kenden een sterke toename in 2022. Vanaf boekjaar 2023 zagen we een terugkeer naar de niveaus van voor de energiecrisis. De uitgaven van 2025 liggen terug iets hoger dan in 2024. De uitgaven liggen ook hoger dan de voorziene budgetten.

 

realisatie 2022

realisatie 2023

realisatie 2024

realisatie 2025

Elektriciteit

1.503.145

827.210

646.072

713.002

Gas

959.583

376.407

315.899

354.816

Verder zien we dat onder andere de uitgaven voor erelonen en vergoedingen, uitzendkrachten en de bijdrage aan IGEAN hoger uitvallen dan we begroot hadden. De uitgaven voor aankopen computermateriaal en onderhoud en herstelling van meubilair lagen iets onder budget.

De bezoldigingen realiseren zich voor 98,4%. De loonmassa stijgt met 1.014.890 euro tegenover 2024. Een aanzienlijk deel hiervan (387.255 euro) bestaat uit loonkosten die ten laste vallen van andere overheden.

De totale loonkost van het vastbenoemd personeel is status quo ten opzichte van 2024, ondanks de toename van de responsabiliseringsbijdrage.

We zien een beperkte toename (+1,2%) binnen de categorie “Niet-vastbenoemd niet-onderwijzend personeel”.

De toename van de premies voor de verzekering arbeidsongevallen is de belangrijkste oorzaak van de stijging van de “andere personeelskosten”

Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen

Rek 2024

Rek 2025

VERSCHIL

a. Politiek personeel

707.378

849.218

141.840

b. Vastbenoemd niet-onderwijzend personeel

8.866.071

8.838.250

-27.821

c. Niet-vastbenoemd niet-onderwijzend personeel

18.289.978

18.511.664

221.686

d. Onderwijzend personeel ten laste van het bestuur

200.076

222.294

22.218

e. Onderwijzend personeel ten laste van andere overheden

14.706.460

15.093.715

387.255

f. Andere personeelskosten

931.068

1.125.661

194.593

g. Pensioenen

283.185

358.305

75.120

TOTAAL

43.984.217

44.999.107

1.014.890

 

De individuele hulpverlening door het OCMW overschrijdt het budget met 5%. We stellen bovendien vast dat de stijgende tendens van de voorbije jaren zich verderzet. We zien met name een verdere toename van de uitgekeerde leeflonen en van de tussenkomst in de verblijfkosten van door het OCMW gesteunde residenten.

We realiseerden 99,3% van de toegestane werkingssubsidies. Ten opzichte van 2024 is er evenwel een toename met 8,2%. Dit is in belangrijke mate te wijten aan de toename van de dotatie voor Politiezone Minos. De prijssubsidies voor AGB Mortsel liggen lager dan in 2024. Een detail van deze subsidies vindt u bij de documentatie die samen met deze jaarrekening aan de raad wordt voorgelegd.

De andere operationele uitgaven worden voor 261,2% gerealiseerd. Hierin vinden we onder andere de betaling van de (on)roerende voorheffing, minwaarden op de realisatie van operationele vorderingen en de terugbetaling van waarborgen.

De financiële uitgaven werden gerealiseerd voor 96,7%. De budgetten werden afgestemd met de leningsvooruitzichten van de banken.

Exploitatieresultaat

Terug naar navigatie - Exploitatie - Exploitatieresultaat

Resultaten

 

Rek 2025

Mjp 2025

%

Verschil

I. Exploitatiesaldo

(a-b)

2.593.782

1.843.221

 

750.561

 a. Ontvangsten

 

77.351.560

77.419.976

99,9%

 

 b. Uitgaven

 

74.757.779

75.576.755

98,9%

 

We noteren een positief exploitatiesaldo van 2.593.782 euro, wat hoger uitvalt dan geraamd.

Het exploitatieresultaat is voldoende hoog om te eindigen met een positieve autofinancieringsmarge: deze indicator zet dit resultaat af tegenover de leningslasten.

Ten opzichte van 2024 stellen we vast dat zowel de exploitatieontvangsten als de exploitatieuitgaven een groei kennen van 4,3%. Dit maakt dat het exploitatieresultaat toeneemt van 2.494.039 euro in 2024 tot 2.593.782 euro in 2025.

Conclusie

Terug naar navigatie - Exploitatie - Conclusie

Het exploitatieresultaat ligt aanzienlijk boven budget en is hoger dan het vorige boekjaar.

De totaliteit van de exploitatieontvangsten komt exact overeen met het budget. De exploitatieuitgaven eindigen dan weer licht onder het vooropgestelde budget. De combinatie van deze twee bewegingen resulteert in een hoger van voorzien exploitatiesaldo.

Investeringen

Terug naar navigatie - - Investeringen

Uit het schema J2 kunnen we de realisatie van de investeringsbudgetten afleiden:

Resultaten

 

REK 2025

MJP 2025

%

Verschil

II. Investeringssaldo

(a-b)

-1.842.239

-3.957.520

 

2.115.281

 a. Ontvangsten

 

9.826.688

10.760.886

91,3%

 

 b. Uitgaven

 

11.668.927

14.718.406

79,3%

 

We realiseren 79,3% van onze geraamde investeringsuitgaven en 91,3% van onze investeringsontvangsten. Het investeringsresultaat is daarvoor meer dan 2 miljoen euro gunstiger dan begroot.

Investeringsontvangsten

Terug naar navigatie - Investeringen - Investeringsontvangsten

Doorheen het jaar volgen we de investeringsbudgetten op per investeringsproject. Per project registreerden we de volgende ontvangsten:

investeringsontvangsten

REK 2025

MJP 2025

IP-03 STADSTERRAS

1.076.414

76.415

IP-04 NIEUWE STADSWERKEN

2.000.000

2.890.000

IP-05 OPTIMALISATIE PATRIMONIUM

0

1.221.343

IP-06 VERBETEREN VAN HET STADSBEELD

315.826

490.052

IP-08 HUISVESTING SPECIFIEKE DOELGROEPEN

79.750

454.750

IP-11 ROERENDE GOEDEREN

20.000

20.000

IP-12 EXTERNE BESTUREN

739.383

860.100

IP-15 VERBETEREN VRIJETIJDSPATRIMONIUM

5.664

5.664

IP-21 OVERNAME OPENBAAR VERLICHTINGSNET DOOR FLUVIUS

53.979

53.980

IP-24 DIGITALISERING INTERNE EN EXTERNE WERKING

18.708

131.183

IP-28 FORT 4

5.516.964

4.557.400

Eindtotaal

9.826.688

10.760.886

  • IP-03: We ontvingen opnieuw deelbetalingen in het kader van de verkoop van het project “Stadsterras”. Deze ontvangsten kwamen al sneller binnen dan voorzien.
  • IP-04: We ontvingen de eerste deelbetalingen in het kader van de verkoop van het project “Benedicte”.
  • IP-05: De geplande verkopen van gronden aan de Bremveldlaan, het project Thieffrylaan en het gebouw aan de Antwerpsestraat werden niet gerealiseerd.
  • IP-06: Voor verschillende wegenwerken ontvingen we subsidies of werd een deel van de werken doorgefactureerd aan andere partijen.
  • IP-08: We ontvingen een tweede schijf van de subsidie voor de aankoop van het gebouw aan de Van Peborghlei. De verkoop van de noodwoning aan de Guido Gezellelaan 146 werd niet gerealiseerd in 2025.
  • IP-11: We verkochten een vleugelpiano aan lokaal bestuur Edegem.
  • IP-12: We ontvingen bedragen voor de DBFM van de scholen en VIPA-subsidies voor het woonzorgcentrum.
  • IP-15: In het kader van de renovatie van jeugdlokalen werd een premie ontvangen.
  • IP-21: We ontvingen 53.979 euro van Fluvius in het kader van de overname van de openbare verlichting.  
  • IP-24: We voorzagen investeringssubsidies ten belope van 131.183 euro voor het project LB365 (Gemeente zonder gemeentehuis) en voor de ontwikkeling van de slimme virtuele medewerker. Hiervan werd in 2025 slechts 18.708 euro ontvangen.
  • IP-28: Na de beslissing om de BV Fort 4 te ontbinden en de ontwikkeling van het fort door de stad te laten doen, werden de subsidies die in het verleden werden ontvangen, opgenomen in de jaarrekening van de Stad.

Investeringsuitgaven

Terug naar navigatie - Investeringen - Investeringsuitgaven

We realiseerden 81,3% van de budgetten die we voorzagen voor de investeringsuitgaven.

investeringsuitgaven

Actieplan

REK 2025

MJP 2025

IP-01 STADHUIS

2.1.1

5.012.676

6.397.565

IP-03 STADSTERRAS

 

55.835

80.000

IP-04 NIEUWE STADSWERKEN

6.1.3

147.783

299.904

IP-06 VERBETEREN VAN HET STADSBEELD

1.1.2

1.320.346

2.052.499

IP-08 HUISVESTING SPECIFIEKE DOELGROEPEN

3.5.5

837.202

881.367

IP-09 ONDERHOUD GEBOUWEN

 

350.020

871.553

IP-10 RUP's

1.1.3

32.320

41.138

IP-11 ROERENDE GOEDEREN

5.2.6

224.065

644.779

IP-12 EXTERNE BESTUREN

 

483.430

492.104

IP-13 ICT

 

191.322

297.875

IP-15 VERBETEREN VRIJETIJDSPATRIMONIUM

2.1.4

 

159.137

IP-19 TRAGE WEGENNETWERK

1.3.1

0

30.000

IP-20 VERKEERSVEILIGHEID

1.3.3

85.485

202.889

IP-21 OVERNAME OPENBAAR VERLICHTINGSNET DOOR FLUVIUS

 

987.970

360.000

IP-22 WELZIJNSHUIS

3.2.1

60.155

127.407

IP-24 DIGITALISERING INTERNE EN EXTERNE WERKING

6.2.1

246.512

346.653

IP-25 RENOVATIE GAW MEERMINNE

3.4.3

190.254

198.843

IP-27 DIGIBANK ZORA WERKT

5.2.4

13.383

25.000

IP-28 FORT 4

 

1.270.922

1.209.693

Eindtotaal

 

11.668.902

14.718.406

Sommige investeringsprojecten zijn gelinkt aan een actieplan, dat in de tweede kolom van de tabel wordt weergegeven. De actieplannen en de realisatie van hun budgetten worden in detail besproken in de beleidsevaluatie. De investeringen die niet aan een actieplan gelinkt zijn worden hieronder verder toegelicht.

  • IP-03: Voor het project Stadsterras werd er 55.835 euro uitgegeven voor de aankoop van de ondergrondse parking.
  • IP-09: We realiseerden tal van ingrepen en onderhoudswerken aan ons patrimonium.
  • IP-11: We investeerden onder andere in bomen, planten en allerlei materiaal voor de groendienst, medisch materiaal voor de zorg, herstellingen van speeltuinen, machines voor de technische dienst en de keuken van het woonzorgcentrum en diverse kleinere investeringen zoals fietsen, meubilair, muziekinstrumenten en dergelijke.
  • IP-12: Op deze plaats budgetteerden we de investeringstoelagen voor de hulpverleningszone en de erediensten.
  • IP-13: Op het vlak van ICT werd, naast de recurrente investeringen in laptops en ander ICT-materiaal ook geïnvesteerd in ICT in de scholen en de academies.
  • IP-21: De deelname van Fluvius werd conform de richtlijnen van de centrale overheid ingeboekt.
  • IP-28: Na de beslissing om de BV Fort 4 te ontbinden en de ontwikkeling van het fort door de stad te laten doen, werden de werken die in het verleden werden uitgevoerd, opgenomen in de jaarrekening van de Stad.

Conclusie

Terug naar navigatie - Investeringen - Conclusie

Het investeringssaldo is 2,1 miljoen euro beter dan geraamd. De niet-aangewende uitgaven en ontvangsten werden eind februari door het vast bureau en het college van burgemeester en schepenen overgedragen naar 2026.

Financiering

Terug naar navigatie - - Financiering

Resultaten

 

REK 2025

MJP 2025

%

Verschil

IV. Financieringssaldo

(a-b)

601.675

683.760

 

-82.085

 a. Ontvangsten

 

4.087.304

4.071.000

100,4%

 

 b. Uitgaven

 

3.485.629

3.387.240

102,9%

 

 

Financieringsontvangsten

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringsontvangsten

De ontvangsten in deze rubriek bestaan uit verschillende elementen:

  • We namen een nieuwe lening op van 2.350.000 euro.
  • De verledding van de openbare verlichting door Fluvius, die conform de richtlijnen van het bestuurlijk toezicht werd ingeboekt, genereert een ontvangst op deze rubriek van 987.970 euro.
  • Het AGB betaalde in 2025 een totaalbedrag van 745.333 euro terug in het kader van de leningen die de stad haar ter beschikking stelde. 
  • De Kompanie betaalde 4.000 euro aan renteloze leningen terug. 

Financieringsuitgaven

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringsuitgaven

De uitgaven bestaan uit de kapitaalsaflossingen van onze diverse leningen ten belope van 3.485.629 euro.

Conclusie

Terug naar navigatie - Financiering - Conclusie

Ook bij de financiering zien we hoge realisatiegraden, zowel bij de ontvangsten als de uitgaven. Het financieringssaldo wijkt daardoor slechts in beperkte mate af van de ramingen.

Samenvatting

Terug naar navigatie - - Samenvatting

De exploitatie, de investeringen en de financiering bepalen samen het budgettair resultaat van het boekjaar. Deze bedragen komen samen in het schema J2.

Resultaten

REK 2025

MJP 2025

%

Verschil

I. Exploitatiesaldo

2.593.782

1.843.221

 

750.561

 a. Ontvangsten

77.351.560

77.419.976

99,9%

 

 b. Uitgaven

74.757.779

75.576.755

98,9%

 

II. Investeringssaldo

-1.842.239

-3.957.520

 

2.115.281

 a. Ontvangsten

9.826.688

10.760.886

91,3%

 

 b. Uitgaven

11.668.927

14.718.406

79,3%

 

III. Saldo exploitatie en investeringen

751.543

-2.114.299

 

 

IV. Financieringssaldo

601.675

683.760

 

-82.085

 a. Ontvangsten

4.087.304

4.071.000

100,4%

 

 b. Uitgaven

3.485.629

3.387.240

102,9%

 

V. Budgettair resultaat van het boekjaar

1.353.218

-1.430.539

 

 

VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar

1.966.371

1.966.371

 

 

VII. Gecumuleerd budgettair resultaat

3.319.589

535.832

 

 

VIII. Onbeschikbare gelden

0

0

 

 

IX. Beschikbaar budgettair resultaat

3.319.589

535.832

 

 

Lokaal bestuur Mortsel sluit 2025 af met een beschikbaar budgettair resultaat van 3.319.589 euro. Dit is aanzienlijk beter dan begroot. Dit verschil kan als volgt verklaard worden:

  1. Het exploitatieresultaat is hoger dan voorzien;
  2. Het investeringssaldo is 2,1 miljoen euro beter dan geraamd.
  3. Het financieringssaldo ligt in de lijn van de verwachtingen.

Het budgettair resultaat van 2025 zal met de volgende aanpassing aan het meerjarenplan worden ingeschreven als beginbedrag voor 2026.

De staat van het financieel evenwicht

Terug naar navigatie - - De staat van het financieel evenwicht

Het meerjarenplan 2020-2025 voldeed aan de evenwichten die de wetgever ons oplegt. Ook de aanpassing van dit meerjarenplan, goedgekeurd in de gemeenteraad van oktober 2025, blijft deze evenwichten respecteren. De BBC legt ons nog een aantal structurele evenwichten op, die we in het schema J2 kunnen opvolgen.

Beschikbaar budgettair resultaat

Terug naar navigatie - De staat van het financieel evenwicht - Beschikbaar budgettair resultaat

Het beschikbaar budgettair resultaat moet steeds groter zijn dan nul. In elk jaar van de meerjarenplanning moet deze waarde positief zijn. De som van de exploitatie, investeringen en financiering moet - na verrekening van het beginsaldo vanuit het vorige boekjaar - resulteren in een positief saldo.

Resultaten

 

Jaarrekening

Meerjarenplan

IX. Beschikbaar budgettair resultaat

(VII-VIII)

3.319.589

535.832

We stelden een positief saldo van 535.832 euro voorop in de meerjarenplanning. De jaarrekening klokt af op een bedrag van 3.319.589 euro. Het betere exploitatie- en investeringssaldo is hiervan de belangrijkste oorzaak.

Autofinancieringsmarge

Terug naar navigatie - De staat van het financieel evenwicht - Autofinancieringsmarge

De autofinancieringsmarge (AFM) geeft de verhouding weer van het resultaat van de exploitatie en de kapitaalsaflossingen van de leningen. Het overschot op de exploitatie moet groter zijn dan de te betalen leningslasten. Zo toont het bestuur aan dat het in staat is haar verplichtingen tegenover haar schuldeisers te kunnen nakomen. Deze evenwichtsvoorwaarde geldt niet voor het AGB. Stad en OCMW - die geconsolideerd rapporteren - moeten hier wel aan voldoen.

Autofinancieringsmarge

 

Jaarrekening

Meerjarenplan

I. Exploitatiesaldo

 

2.593.782

1.843.221

II. Netto periodieke aflossingen

(a-b)

1.996.921

1.781.805

 a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen

 

3.485.629

3.387.240

 b. Periodieke terugvordering leningen

 

1.488.707

1.605.435

III. Autofinancieringsmarge

(I-II)

596.860

61.416

We zijn in het meerjarenplan uitgegaan van een positieve AFM van 61.416 euro. Het hoger dan verwachte exploitatieresultaat zorgt ervoor dat ook de AFM beter uitvalt dan voorzien: 596.860 euro.

Gecorrigeerde autofinancieringsmarge

Terug naar navigatie - De staat van het financieel evenwicht - Gecorrigeerde autofinancieringsmarge

De gecorrigeerde autofinancieringsmarge (GAFM). Deze waarde is indicatief, de wetgever verbond er geen evenwichtsvoorwaarde aan. Deze indicator geeft de autofinancieringsmarge weer die berekend is op basis van de lopende en ingeschreven leningen die fictief aan 8% per jaar worden afgelost. De ‘gewone’ autofinancieringsmarge vertrekt van de reëel ingeschreven kapitaalsaflossingen.

Gecorrigeerde autofinancieringsmarge

 

Jaarrekening

Meerjarenplan

I. Autofinancieringsmarge

 

596.860

61.416

II. Correctie op de periodieke aflossingen

(a-b)

-1.450.255

-1.548.643

 a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen

 

3.485.629

3.387.240

 b. Aangewezen aflossingen o.b.v. de financiële schulden

4 695 350

4.935.883

III. Gecorrigeerde autofinancieringsmarge

(I+II)

-853.394

-1.487.228

Net zoals de AFM valt ook de gecorrigeerde AFM beter uit dan gebudgetteerd: –853.394 euro ten opzichte van een gebudgetteerde gecorrigeerde AFM van -1.487.228 euro.

Mortsel financiert zich gemiddeld op een langere termijn dan wat de GAFM simuleert. Daarom is het verschil tussen de AFM en de GAFM groot.

Conclusie

Terug naar navigatie - De staat van het financieel evenwicht - Conclusie

Het beschikbaar budgettair resultaat in de jaarrekening is beter dan wat we voorzagen in het meerjarenplan. Ook de autofinancieringsmarge is hoger dan gebudgetteerd en positief.