Status
In uitvoering
Startdatum 01-01-2026
Einddatum 31-12-2029
Inhoudelijke rapportering

Financiering en structuur

City of Things is een subsidieprogramma van de Vlaamse overheid dat lokale besturen ondersteunt bij innovatieve, technologische projecten met een schaalbaar karakter. In het najaar van 2025 diende Mortsel als hoofdaanvrager een dossier in binnen deze oproep, samen met de partners van Lokaal Signaal. De steun werd toegekend bij besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2026, met VLAIO als uitvoerend agentschap. Het project loopt van 1 april 2026 tot en met 31 maart 2029.

Het project zet in op vier sporen. Ten eerste de inzet van AI, onder meer voor automatische classificatie, trenddetectie en kwaliteitsbewaking, zodat grotere aantallen signalen efficiënt vertaald kunnen worden naar beleidsrelevante inzichten. Ten tweede de opschaling naar bovenlokale samenwerking: signalen die lokaal worden verzameld, moeten ook bruikbaar worden voor intergemeentelijke samenwerking en voor hogere overheden, over beleidsdomeinen als zorg, wonen, onderwijs en welzijn heen. Ten derde de gebruiksvriendelijkheid en procesoptimalisatie, met betere ondersteuning bij het registreren, analyseren en prioriteren van signalen, zodat er minder administratie en meer tijd voor actie is. Ten vierde de versterking van de governance en de samenwerking, met een duidelijk model waarin lokale besturen, VVSG, VIVEL en de Vlaamse overheid een structurele rol opnemen

Mortsel treedt op als hoofdaanvrager en trekker van het project. 

Overheidsopdracht doorontwikkeling digitale tool

Het zwaartepunt van deze periode lag bij de plaatsing van de opdracht voor de doorontwikkeling van de digitale tool, via een mededingingsprocedure met onderhandeling met Mortsel als aanbestedende overheid (plafondbedrag € 323.067,58 incl. btw, integraal gesubsidieerd). Na publicatie van de opdrachtdocumenten en de selectie van de kandidaten volgden een infosessie over de technische bepalingen en een technisch inkijkmoment met inzage in de broncode en de werking van de bestaande applicatie, om de gelijke behandeling van de inschrijvers te waarborgen. Eind juni werden vier offertes geopend. Bij het einde van de rapportageperiode was de procedure nog lopende en was er nog geen gunningsbeslissing.

Voorbereiding van de opschaling

Binnen het City of Things-traject startte in 2026 een begeleidingstraject onder leiding van het Agentschap Binnenlands Bestuur, samen met de deelnemende lokale besturen, VVSG en VIVEL. Dit traject gebruikt een vaste methodiek van de Vlaamse overheid om digitale projecten van lokale besturen op te schalen, waarbij techniek, organisatie, samenwerking en financiering samen worden bekeken in plaats van los van elkaar.

De meerwaarde is dat de opschaling niet pas aan bod komt wanneer nieuwe besturen aankloppen. Het traject moet drie vragen beantwoorden die we vandaag nog niet scherp hebben: 1) hoe we de uitbreiding naar bijkomende en op termijn mogelijk alle Vlaamse lokale besturen praktisch organiseren, 2) welke bovenlokale partners we daarbij betrekken en op welke manier, en 3) hoe de financiering geregeld wordt na de projectperiode van City of Things en/of zodra de tool buiten de huidige projectgroep wordt gebruikt. De uitkomsten sturen ook de verdere technische doorontwikkeling.

Lokale implementatie in Mortsel

Lokaal Signaal werd in deze periode actief bekendgemaakt bij eerstelijnsmedewerkers in Mortsel, zowel binnen als buiten het lokaal bestuur. De tool werd toegelicht op het welzijnsoverleg en aangekondigd in de nieuwsbrief van de eerstelijnszone ZORA. Daarnaast volgden toelichtingen bij verschillende interne diensten, waaronder de sociale dienst en welzijnsregie. Na elke toelichting wordt voor de aanwezige medewerkers proactief een account aangemaakt, zodat de stap naar een eerste signaal zo klein mogelijk blijft. Eerstelijnsmedewerkers kunnen ook op eigen initiatief een account aanvragen via lokaalsignaal.be.

Inmiddels hebben meer dan 50 signaalgevers een account in de tool, maar het aantal effectief ingegeven signalen blijft nog beperkt. Uit uitwisseling met andere lokale besturen blijkt dat dit een gekend patroon is: eerstelijnsmedewerkers moeten actief warm gemaakt worden om signalen te melden. Waar al een traditie van signalenbeleid bestond, bijvoorbeeld via meldingen in een Microsoft Form, stijgt het aantal signalen merkbaar sneller dan waar medewerkers dat nog niet gewoon zijn. Dat vraagt dus blijvende aandacht in de volgende periode.

ELZ Zora overweegt bovendien om zelf een rol als mede-signaalverwerker op te nemen en dit in haar meerjarenplan in te schrijven; dit wordt in de komende periode verder besproken en geconcretiseerd.